PMT stoffen

Zorgelijke vervuilende stoffen in drinkwater

De kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater is niet goed genoeg. Doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) worden niet gehaald, drinkwaterbedrijven moeten steeds meer zuiveren en hebben daar grote moeite mee. Enerzijds omdat zij regelmatig met 'nieuwe', opkomende stoffen worden geconfronteerd, anderzijds omdat de middelen die zij hebben ontoereikend zijn.

Alsmaar meer 'opkomende stoffen' vormen een bedreiging voor de bronnen van ons drinkwater. Zij worden meestal aangetroffen bij de innamepunten voor drinkwater uit oppervlaktewater. Logisch, want bij oppervlaktewater zijn de risico’s het grootst en voor drinkwater is de monitoring van de waterkwaliteit het meest uitgebreid.

Voorbeelden van zorgwekkende 'opkomende stoffen' in het laatste decennium zijn:

  • PFAS
  • MTBE, 
  • Pyrazool, 
  • PFAS, 
  • Melamine
  • 1,4-dioxaan
  • Micro- en nanoplastics

    Dit betekent niet dat deze stoffen altijd nieuw zijn, maar eerder dat zij (alsnog) ook in kaart worden gebracht. Door de steeds betere analysetechnieken worden nu ook stoffen met zeer lage gehaltes gemeten, die mogelijk al jaren in het water zitten. Of een stof wordt voor het eerst geanalyseerd door toepassing van een nieuwe techniek. De stoffen zijn niet persé 'nieuw', hoewel ook door interacties tussen stoffen nieuwe vervuilingen kunnen ontstaan.

Het is belangrijk te weten of de stof bedreigend is voor de gezondheid én of het voldoende tijdens het drinkwaterzuivering proces wordt verwijderd. De bovengenoemde stoffen gaven voldoende reden voor aanvullende maatregelen door de drinkwaterbedrijven. 

Andere (Europese) landen kennen dit probleem uiteraard ook en watervervuilingen houden zich niet aan landsgrenzen. Wanneer rivieren als de Rijn en de Maas ons land binnenstromen, bevat dit water veel industrieel en huishoudelijk afvalwater en vervuilingen ten gevolge van plastics.

Nieuwe regelgeving, op internationaal niveau, is noodzakelijk.

ZZS door persistentie, bio-accumulatie en toxiciteit

(Nieuwe) stoffen dienen op zowel persistentie, bio-accumulatie en toxiciteit te worden getest om de risico’s van stoffen te beoordelen. Op Europees niveau kunnen zij als SVHC geclassificeerd worden; dit staat voor substance of very high concern. Of als CMR: stoffen die kankerverwekkend, mutageen en giftig zijn voor de voortplanting, omdat zij een hormoonverstorende werking hebben. SVHC stoffen komen in Nederland vervolgens automatisch op de lijst van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS).

Persistente (P), mobiele (M) en toxische (T) stoffen breken ze niet van nature af, ze zijn slecht uit te zuiveren en zijn ze bij relatief lage concentraties slecht voor de mens of milieu.

Naast 'persistentie' is de mobiliteit van stoffen een 'risicovolle stofeigenschap' zijn voor de drinkwaterbronnen. Deze worden geclassificeerd als PMT- en vPvM-stoffen; een vaak lastig meetbare groep stoffen.

Helaas.. voor veel stoffen blijkt de verplichte registratie onvolledig of gelden er voor lagere tonnages geen verplichtingen. Nog steeds is 'het voorzorgprincipe' niet algemeen leidend en vallen er veel Zeer Zorgwekkende Stoffen buiten de mazen van de wet.

Regels en wetten lopen achter de feiten aan, zoals duidelijk blijkt uit de praktijk rond het verlenen van vergunningen in de provincie Zuid-Holland. Zo werd in een rechtszaak over de PFAS uitstoot van productiebedrijf Chemours bepaald dat pZZS (potentieel zeer zorgelijk) niet mag worden beschouwd als ZZS (zeer zorgelijk dus). Deze risico-inschatting getuigd duidelijk niet van het voorzorgsprincipe.

Bovendien, als een stof persistent is (P), dus niet afbreekt en ophoopt in het milieu, wordt deze stof na verloop van tijd gevaarlijker. Al is een stof beperkt toxisch, vaak een beetje wordt vanzelf te veel en toxiciteit blijkt over de jaren heen nog al eens onderschat, zoals bleek uit de PFAS historie.

De PMT en vPvM worden in april 2023 toegevoegd in de Europese CLP-verordening. De CLP-verordening regelt de indeling, etikettering en verpakking van chemische stoffen en mengsels in Europa. Vanaf 1-5-2025 moeten bedrijven voldoen aan de CLP-verordening voor nieuwe stoffen op de Europese markt. Als stoffen al op de Europese markt zijn, geldt de verplichting vanaf 1 -11-2026. 

Je zou bijna denken dat de Europese wetgeving eindelijk werk van maakt van de niet aflatende stroom aan chemische vervuilingen. Helaas is in onlangs (november 2023) ondanks alle protest, toch besloten dat glyfosaat nog 10 jaar mag worden verspreid. Een bijzonder giftige gang van zaken voor ons water en alle levende wezens.


Referenties:

https://rvszoeksysteem.rivm.nl/Stoffen

https://rvs.rivm.nl/onderwerpen/gevaarsindeling/PMTvPvM

https://www.h2owaternetwerk.nl/h2o-podium/uitgelicht/op-weg-naar-europese-regels-om-bronnen-van-drinkwater-te-beschermen-tegen-zeer-zorgwekkende-stoffen

Micro- en nanoplastics (artikel NOS)

Reactie plaatsen